ECLI:NL:CRVB:2007:BB2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit UWV in kader WW en hernieuwde beslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij een boete van €880 werd opgelegd en gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens de zitting gaf het UWV aan het bestreden besluit niet langer te handhaven vanwege schending van artikel 27d, tweede lid, van de Werkloosheidswet.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het UWV dient opnieuw op het bezwaar van appellant te beslissen, waarbij ook het verzoek tot vergoeding van renteschade over de betaalde boete betrokken moet worden. De betalingsverplichting was in termijnen vastgesteld en betalingen werden eerst op de boete afgeschreven.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Hiermee wordt het recht op een correcte procedure en vergoeding van gemaakte kosten gewaarborgd.
Uitkomst: Het boetebesluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV dient opnieuw te beslissen met vergoeding van rente en proceskosten.