ECLI:NL:CRVB:2007:BB2591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling disciplinaire straf onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar
Betrokkene, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1972, werd geschorst en onvoorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim met betrekking tot het niet tijdig doen van aangiften inkomstenbelasting over de periode 1995-2001. De rechtbank had de besluiten van schorsing en ontslag vernietigd wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit van de straf.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene inderdaad te laat of geen aangifte heeft gedaan, wat plichtsverzuim oplevert en een disciplinaire sanctie rechtvaardigt. Echter is het verwijt van een omissiedelict voor 2001 onvoldoende onderbouwd en kan dit niet als grondslag voor ontslag dienen. Tevens is het ontslagbesluit niet voldoende gemotiveerd en niet in verhouding tot de ernst van het plichtsverzuim.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 2 mei 2006 dat het ontslag en de schorsing handhaafde en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €805. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij het opleggen van disciplinaire straffen aan ambtenaren.
Uitkomst: Het ontslagbesluit en het besluit tot schorsing met inhouding van bezoldiging worden vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.