ECLI:NL:CRVB:2007:BB2710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Overschrijding beroepstermijn in hoger beroep niet verschoonbaar
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar diende het beroepschrift te laat in, namelijk op 28 juli 2006, terwijl de termijn op 27 juli 2006 eindigde. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege deze overschrijding.
Appellante voerde in verzet aan dat verwarring met haar gemachtigde over de procedure de oorzaak was van de te late indiening. Zij meende dat haar gemachtigde het hoger beroep zou instellen en ontdekte pas op de laatste dag van de termijn dat dit niet was gebeurd. De Raad oordeelde dat de gevolgen van nalatigheid van een gemachtigde voor rekening van de cliënt komen.
Verder stelde appellante dat indien zij het beroepschrift per post had verzonden op de laatste dag, dit gelijktijdig of later dan de fax van 28 juli zou zijn ontvangen. De Raad wees dit af op grond van artikel 6:9 Awb Pro, dat bepaalt dat een beroepschrift tijdig is als het vóór het einde van de termijn is ontvangen of bij verzending per post vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd.
De Raad concludeerde dat appellante geen gegronde redenen had aangevoerd om het verzet te honoreren en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn is ongegrond verklaard.