ECLI:NL:CRVB:2007:BB2785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens onvoldoende gewerkte referteperiode door ziekte
Appellant was in dienst bij twee werkgevers en werd op staande voet ontslagen. Na een loonvordering hervatte hij zijn werkzaamheden niet vanwege een ziekmelding die hij per fax indiende, waarin hij ook mediation vroeg. Het UWV weigerde de WW-uitkering omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken in de 39 weken voorafgaand aan werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de periode van ziekmelding ten onrechte als ziekte werd aangemerkt en dat deze weken gelijkgesteld moesten worden met gewerkte weken omdat hij loon ontving en de ziekmelding een reactie was op een arbeidsconflict.
De Raad oordeelde dat de ziekmelding terecht was aangenomen, mede gelet op correspondentie met de Arbo-dienst en het feit dat appellant niet op het spreekuur verscheen. De ziekteperiode mocht daarom buiten beschouwing blijven bij de referteperiode. Omdat appellant niet voldeed aan de eis van 26 gewerkte weken, werd de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis door de ziekteperiode buiten beschouwing te laten.