ECLI:NL:CRVB:2007:BB2822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant was van 16 april 2001 tot 31 juli 2005 in dienst bij een ingenieursbureau en werd ontslagen om economische redenen. Na het indienen van een WW-uitkering op 17 juli 2005, werd hem een uitkering toegekend vanaf 1 augustus 2005. Het UWV constateerde dat appellant in de periode van 15 augustus tot 11 september 2005 onvoldoende sollicitaties had verricht, ondanks verzoeken om een volledig ingevuld werkbriefje.
Het UWV legde daarom bij besluit van 28 september 2005 een korting van 20% op de uitkering op voor 16 weken. Appellant maakte bezwaar met het argument dat hij zich vergist had in de periode en dat hij wel degelijk vier sollicitaties had verricht, waarvan twee via internet zonder bewijs. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de sollicitaties onvoldoende concreet en verifieerbaar waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vier sollicitaties had gedaan en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, omdat een familielid in een vergelijkbare situatie slechts een waarschuwing kreeg. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de internet sollicitaties concreet en verifieerbaar waren en dat het gelijkheidsbeginsel niet slaagde wegens gebrek aan onderbouwing en bewijs van een identiek geval.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 augustus 2007.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.