ECLI:NL:CRVB:2007:BB3221
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toekenning periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1942, had vanaf 1981 tot 1986 een tijdelijke periodieke uitkering als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. In 2003 vroeg hij opnieuw een periodieke uitkering aan, nadat hij sinds 1990 niet meer actief was geweest vanwege psychische klachten. Hij stelde dat zijn uitkering per 1 januari 1986 had moeten worden verlengd, omdat er geen wijziging in zijn situatie was.
De Raad oordeelde dat de ingangsdatum van de uitkering volgens artikel 34, eerste lid, van de Wet dwingendrechtelijk is gekoppeld aan de datum van aanvraag. De aanvraag die appellant in 1986 bij de vertegenwoordiging van verweerster had ingediend, was nooit beslist, maar omdat appellant pas in 2003 weer contact opnam, kon deze eerdere aanvraag geen rechtsgevolg hebben.
Verder werd overwogen dat appellant redelijkerwijs binnen een redelijke termijn actie had moeten ondernemen bij het uitblijven van een beslissing. Er was geen medisch bewijs dat hij in die jaren niet in staat was zijn wil te bepalen. Daarom bestond geen grond voor vernietiging van het besluit dat de uitkering ingaat per 1 mei 2003.
De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering gaat in op de datum van aanvraag in 2003.