ECLI:NL:CRVB:2007:BB3231
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WUV-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1942, had bij besluit van 3 november 1983 een tijdelijke periodieke uitkering toegekend gekregen als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Latere besluiten over de vaststelling van de uitkeringsbedragen over de jaren tot 1986 zijn onherroepelijk geworden.
In december 2003 diende appellant een verzoek tot herziening in, stellende dat de uitkering ten onrechte niet was voortgezet of omgezet en dat de berekende bedragen te laag waren. Verweerster wees dit verzoek af, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
De Raad overweegt dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en slechts terughoudend kan worden getoetst. Jurisprudentiële ontwikkelingen vormen geen dwingende grond voor herziening. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en het feit dat appellant destijds rechtskundige bijstand had, is het bestreden besluit terecht gehandhaafd.
De Raad wijst ook een vergoeding van proceskosten af en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening van de WUV-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.