ECLI:NL:CRVB:2007:BB3589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering na onjuiste toekenning
Appellante volgde vanaf 1 april 2004 een driejarige opleiding waarvoor studiefinanciering werd toegekend door de IB-Groep. Na een inschrijvingscontrole stelde de IB-Groep vast dat appellante niet recht had op studiefinanciering voor het studiejaar 2004-2005 en herzag zij de toekenning met terugwerkende kracht. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet verantwoordelijk mocht worden gehouden voor fouten van de IB-Groep en dat telefonisch was bevestigd dat de toekenning juist was. De Raad stelde vast dat de studiefinanciering onterecht was toegekend door een eenmalige fout van de IB-Groep en dat de wetgever de IB-Groep bevoegd heeft gesteld om in dergelijke gevallen tot volledige herziening over te gaan.
De Raad oordeelde dat het beleid van de IB-Groep, waarbij in geval van een eenmalige fout volledige herziening plaatsvindt, niet kennelijk onredelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden. De stelling van appellante dat zij gerechtvaardigde verwachtingen had door telefonische mededelingen werd niet onderbouwd met bewijs. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering bevestigd.