ECLI:NL:CRVB:2007:BB3727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over recht op WW-uitkering wegens onvoldoende gewerkte weken
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 16 februari 2004 geen recht had op een WW-uitkering omdat hij in de 39 weken voorafgaand aan zijn werkloosheid minder dan 26 weken zou hebben gewerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
In hoger beroep stelde de gemachtigde van het UWV dat uit de stukken blijkt dat appellant wel in ten minste 26 weken werkzaamheden had verricht via verschillende uitzendbureaus. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte zoals vereist op grond van artikel 7:12 Awb Pro en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook het verzoek van appellant om vergoeding van de kosten in bezwaar wordt betrokken. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met vergoeding van proceskosten aan appellant.