ECLI:NL:CRVB:2007:BB3862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na geschil over medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant viel in juni 2002 uit wegens klachten aan schouder, hand en arm en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een initiële arbeidsongeschiktheidsbeoordeling van 25 tot 35%.
Na bezwaar werd de beoordeling herzien door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogden tot 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing onderschreef.
In hoger beroep betwist appellant de medische en arbeidskundige beoordeling, met name de inschatting van zijn psychische beperkingen en de geschiktheid van geselecteerde functies. De Raad concludeert dat de medische beperkingen juist zijn weergegeven en dat de aanvullende medische informatie van appellant buiten beschouwing moet blijven omdat deze na de relevante datum dateert.
De Raad ziet geen aanleiding voor benoeming van een deskundige en onderschrijft de arbeidskundige beoordeling van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot vaststelling van de WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.