ECLI:NL:CRVB:2007:BB3865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks beperkingen
Appellante, werkzaam als groepshulp, viel uit wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij beperkingen had maar geschikt was voor haar eigen werk en andere functies, en weigerde de uitkering. De rechtbank oordeelde dat appellant niet geschikt was voor haar eigen werk vanwege tilbelasting, maar dat het beroep gegrond was wegens onvoldoende onderbouwing door het UWV, waarna het besluit werd vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand bleven.
In hoger beroep stelde appellante dat zij meer beperkingen had, waaronder huisstofmijtallergie, longproblemen en depressieve klachten. De Raad oordeelde dat deze beperkingen niet medisch onderbouwd waren of pas na de datum in geding waren vastgesteld. De Raad vond het UWV-standpunt juist en concludeerde dat appellant niet meer beperkt was dan vastgesteld.
De Raad wees ook op het feit dat appellant later een WAO-uitkering kreeg toegekend met een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, maar dat dit niet relevant was voor de periode in geding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.