ECLI:NL:CRVB:2007:BB3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken zelfstandige werkzaamheden
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), stellende dat hij op bepaalde data arbeidsongeschikt was. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat appellant niet als verzekerde kon worden aangemerkt, aangezien hij geen zelfstandige werkzaamheden had verricht in de relevante periode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant geen arbeid had verricht als zelfstandige.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel werkzaamheden had verricht voor twee ondernemingen, maar dat hij met zijn eerdere verklaringen alleen bedoelde aan te geven dat hij geen fysieke arbeid had verricht. Hij overhandigde jaarrekeningen en belastingaangiftes ter onderbouwing. De Raad oordeelde echter dat er geen bewijs was dat appellant daadwerkelijk arbeid had verricht voor deze ondernemingen. De werkzaamheden werden vooral door zijn zoon verricht en de verhuur van onroerend goed werd aangemerkt als normaal vermogensbeheer.
De Raad vond het standpunt van appellant onvoldoende onderbouwd en bevestigde het oordeel van de rechtbank en het besluit van het Uwv. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.