ECLI:NL:CRVB:2007:BB3884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verlaging WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, werkzaam in de huishoudelijke dienst, viel in 2001 uit wegens psychische problemen en kreeg in 2002 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. Na een heronderzoek in 2003 door een verzekeringsarts in opleiding werd geconcludeerd dat zij gedeeltelijk arbeidsgeschikt was, waarna haar uitkering werd verlaagd naar 35-45%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was omdat het door een arts in opleiding was uitgevoerd en dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen. De bezwaarverzekeringsarts paste de beperkingen aan, maar bevestigde de geschiktheid van de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad acht het onderzoek zorgvuldig, mede omdat in de bezwaarfase een geregistreerde arts de beoordeling heeft gedaan zonder noodzaak tot lichamelijk onderzoek. De Raad vindt dat appellante in staat is de geselecteerde functies te verrichten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.