ECLI:NL:CRVB:2007:BB3886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering IB-Groep wegens teveel genoten bijverdiensten en onterecht OV-kaartbezit
Appellante had in 2002 recht op studiefinanciering inclusief een OV-studentenkaart in de maanden januari en vanaf september, met een tussenliggende periode waarin zij werkte en inkomen verwierf. De IB-Groep stelde bij besluit vast dat appellante een bedrag van €1.557,88 aan teveel genoten bijverdiensten en onterecht kaartbezit moest terugbetalen. Dit bestond uit een meerinkomen van €1.254,98 en €302,90 voor onterecht bezit van de OV-kaart.
Appellante maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat de inkomsten uit de periode waarin zij geen studiefinanciering ontving niet meegeteld mochten worden bij de vaststelling van het meerinkomen. Tevens voerde zij aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege de onbillijke gevolgen van het besluit. De Raad oordeelde dat artikel 2.7 lid 1 Wsf 2000 niet in de weg staat aan toepassing van artikel 3.17 Wsf 2000, dat de systematiek van jaarinkomen als uitgangspunt neemt.
De Raad wees het beroep af omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze systematiek en de gevolgen voor appellante voorzien waren. De hardheidsclausule was niet van toepassing. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de IB-Groep tot terugvordering wordt bevestigd.