ECLI:NL:CRVB:2007:BB3920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-woonachtig op opgegeven adres en terugvordering voorschot
Appellant diende op 8 november 2005 een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), met opgave van een adres in Breda waar hij volgens de gemeentelijke basisadministratie van 30 januari 2004 tot 9 januari 2006 stond ingeschreven. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep gemotiveerd op het standpunt dat hij wel woonachtig was op het opgegeven adres. De Raad oordeelde echter dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting ex artikel 17 WWB Pro, omdat hij geen duidelijkheid gaf over zijn woonsituatie in de relevante periode.
Verder werd vastgesteld dat appellant uit schaamte wegens huurschulden zelden op het adres aanwezig was. De Commissie had daarom het voorschot van €140 teruggevorderd over de periode 24 tot en met 27 november 2005. De Raad vond dat de Commissie conform haar beleid handelde en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van dit beleid af te wijken.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van woonachting op het opgegeven adres en het voorschot wordt terecht teruggevorderd.