ECLI:NL:CRVB:2007:BB4029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over toegenomen arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellante, met een WAO-uitkering wegens psychische klachten, verzocht om verhoging van haar uitkering na een acute darmperforatie veroorzaakt door een bacterie. Het UWV stelde dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke uitkering en wees de verhoging af.
De rechtbank sloot zich hierbij aan en oordeelde dat stress de darmperforatie niet kon veroorzaken, hoewel het een bestaande aandoening kan verergeren. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat spanningsklachten mede een rol speelden bij het ontstaan van de toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde dat artikel 39a van de WAO alleen buiten toepassing kan worden gelaten als het buiten twijfel staat dat de toename van arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan de oorspronkelijke. Gezien de medische inzichten dat spanningen mede kunnen bijdragen aan het ontstaan van de aandoening, kon dit niet worden uitgesloten.
Daarom vernietigde de Raad het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het UWV wordt verplicht een nieuw besluit te nemen over de verhoging van de WAO-uitkering.