ECLI:NL:CRVB:2012:BV9059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H. Bolt
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluiten UWV over WAO- en WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing en onvolledige beslissing
Appellante viel in 2003 uit wegens klachten na een val van een trap. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na bezwaar kende het UWV een WAO-uitkering toe vanaf 31 oktober 2005, maar stelde dat toegenomen arbeidsongeschiktheid na 27 oktober 2007 uit een andere oorzaak voortkwam, namelijk fibromyalgie, en weigerde een WIA-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht aannam dat de toegenomen beperkingen niet uit dezelfde oorzaak voortkwamen en verklaarde beroep tegen het WIA-besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een andere oorzaak en dat het bezwaar tegen het WAO-besluit niet was ingetrokken.
De Raad concludeerde dat het UWV niet buiten twijfel had gesteld dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid uit een andere oorzaak voortkwam en dat het bezwaar tegen het WAO-besluit niet was ingetrokken omdat geen duidelijke verklaring was gegeven. Daarom moesten beide besluiten worden vernietigd en kreeg het UWV de opdracht de gebreken binnen 12 weken te herstellen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en duidelijke onderbouwing door het UWV en het correct behandelen van bezwaren, met name bij samenloop van WAO- en WIA-uitkeringen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en draagt op deze binnen 12 weken te herstellen.