ECLI:NL:CRVB:2008:BC8545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens vermoeidheid na kankerbehandeling onvoldoende onderbouwd
Appellante, voormalig behandelfunctionaris, viel uit wegens borstkanker en onderging chemotherapie. Zij ontving een WAO-uitkering die varieerde in mate van arbeidsongeschiktheid. Na toegenomen vermoeidheidsklachten stelde zij dat deze het gevolg waren van de kankerbehandeling en dat een verkorte wachttijd en urenbeperking van toepassing waren.
De rechtbank wees haar beroep af, stellende dat de klachten niet causaal verband hielden met de kanker, maar voortkwamen uit langdurige overbelasting en persoonskenmerken. De deskundige vond geen afwijkingen, en nader onderzoek werd achterwege gelaten.
De Raad oordeelt echter dat de vermoeidheidsklachten voldoende zijn geobjectiveerd en plausibel in verband staan met de kankerbehandeling. Het UWV heeft onvoldoende onderbouwd waarom urenbeperking per 27 januari 2004 achterwege bleef. Daarom worden de bestreden besluiten vernietigd en het UWV opgedragen nieuwe besluiten te nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen de WAO-uitkering opnieuw te beoordelen met inachtneming van de verkorte wachttijd en urenbeperking.