ECLI:NL:CRVB:2007:BB4275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum herziening WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid betrokkene
Betrokkene, voormalig commercieel manager, viel op 28 maart 2001 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het dienstverband eindigde per 1 september 2001. Het UWV kende hem op 12 februari 2002 een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na bezwaar van appellante werd deze uitkering bij besluit van 12 december 2002 herzien naar 65-80% met ingang van 1 februari 2003.
Appellante stelde beroep in tegen deze herziening en voerde aan dat betrokkene op 27 maart 2002 niet zodanig arbeidsongeschikt was en dat de verlaging van de uitkering eerder had moeten ingaan. De rechtbank oordeelde dat de verlaging op 25 januari 2003 had moeten ingaan, omdat de beslissing op bezwaar zes weken na bekendmaking in werking treedt.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de medische onderbouwing van het UWV en stelt vast dat de beperkingen van betrokkene op 27 maart 2002 aanwezig waren en niet significant waren gewijzigd bij de eerstejaarsherbeoordeling. De Raad wijst erop dat re-integratieactiviteiten en financiële gevolgen voor de werkgever niet relevant zijn voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad verklaart appellante niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep betrekking heeft op het oude besluit en verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. De ingangsdatum van de herziening wordt bevestigd op 25 januari 2003, conform artikel 36b van de WAO.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid gaat in op 25 januari 2003; het hoger beroep van appellante wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.