ECLI:NL:CRVB:2007:BB4522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitbetaling ziekengeld wegens niet tijdige ziekmelding arbeidsgehandicapte werknemer
Appellante, werkgever van een werknemer met een WAO-verleden en arbeidsgehandicapte status, verzocht het UWV om uitbetaling van ziekengeld over meerdere periodes van arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde dit omdat de ziekmelding niet binnen de vereiste vier dagen na het moment waarop de werkgever redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van het recht op ziekengeld was gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwierp de stelling dat een dertiende-weeksmelding als ziekmelding in de zin van artikel 38a, tweede lid, Ziektewet kon worden aangemerkt. Het hoger beroep richtte zich tegen deze weigering.
De Raad overwoog dat de vierdagentermijn aanvangt op het moment dat het voor de werkgever redelijkerwijs duidelijk is dat de werknemer aanspraak kan maken op ziekengeld. De werkgever had dit op 22 juli 1999 kunnen weten, maar meldde pas op 14 juli 2004. De privacyargumenten van appellante werden verworpen, waarbij werd opgemerkt dat de werkgever zorg moet dragen voor een arbodienst die ziekmeldingen adequaat kan verwerken zonder medische gegevens te schenden.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitbetaling van ziekengeld weigerde voor de afgesloten periodes en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde wegens gebrek aan concrete vergelijkbare gevallen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV tot uitbetaling van ziekengeld wegens niet tijdige ziekmelding.