ECLI:NL:CRVB:2002:AF8109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch. J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van weigering ziekengeld bij late ziekmelding wegens zwangerschap
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een werkgever over de weigering van ziekengeld voor de periode van 17 maart tot 28 april 1998. De werkgever had de ziekmelding van een zieke werkneemster, die arbeidsongeschikt werd door zwangerschapsklachten, te laat gedaan. Het Uwv weigerde daarom het ziekengeld uit te betalen op grond van artikel 38a, derde lid, van de Ziektewet.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat de werkgever als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden beschouwd en dat het besluit tot weigering van ziekengeld niet deugde. De Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de werkgever tijdig ziekmelding heeft gedaan binnen de vierdagentermijn nadat duidelijk was dat de ziekte verband hield met zwangerschap.
De Raad analyseert het wettelijke stelsel van loondoorbetaling en ziekengeld, waarbij de Ziektewet als vangnet fungeert en de werkgever een prikkel krijgt tot tijdige ziekmelding. Het belang van de werkgever bij het besluit is direct vanwege de loondoorbetalingsverplichting en het recht op vermindering van loon met ziekengeld. De Raad veroordeelt het Uwv in de proceskosten van de werkgever en bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van ziekengeld wordt vernietigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.