ECLI:NL:CRVB:2007:BB4589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen van arbeidsongeschiktheidsbesluit WAO zonder nieuw feiten
Appellant, werkzaam als stratenmaker, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Na een herbeoordeling in 2003 handhaafde het Uwv deze indeling, ondanks erkenning dat rugklachten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. Appellant verzocht om terugkomen van het besluit op grond van nieuw gebleken feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een rechtens onaantastbaar besluit te weigeren als geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd.
De Raad benadrukt dat een volledige nieuwe behandeling van het besluit niet is toegestaan en dat de rechtbank een te indringende toets heeft toegepast. Het feit dat het Uwv achteraf erkent dat de rugklachten ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten, vormt geen nieuw feit. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terug te komen van het WAO-besluit wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten.