ECLI:NL:CRVB:2007:BB4731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na adequaat medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster via een uitzendbureau, meldde zich ziek met schouder- en rugklachten. Het UWV kende haar op basis van medisch onderzoek door verzekeringsarts Opheij en een arbeidsdeskundig rapport een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
In de bezwaarprocedure bevestigden de bezwaarverzekeringsarts Hagedoorn en de bezwaararbeidsdeskundige Heijmans de medische en arbeidskundige beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld, maar kon geen nieuwe medische feiten aandragen die tot een andere conclusie leidden.
De Raad concludeerde dat de medische stukken geen nieuwe gezichtspunten bevatten en dat de klachten en diagnoses, zoals het Syndroom van Menière, onvoldoende onderbouwd waren voor een andere beoordeling. Ook de knieklachten waren niet relevant op de datum in geding. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.