ECLI:NL:CRVB:2007:BB4740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens weigering medewerking verzekeringsarts
Appellante ontving een WAO-uitkering vanaf 16 november 2000, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV nodigde haar uit voor een herbeoordeling door een verzekeringsarts, waarbij zij werd gevraagd een vragenformulier in te vullen. Appellante weigerde meerdere keren vragen te beantwoorden die zij als inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer beschouwde.
Het UWV schortte daarop de uitkering per 1 maart 2005 op en trok deze later definitief in, omdat het door de weigering van appellante niet kon vaststellen of zij nog recht had op de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de inbreuk op haar privacy gerechtvaardigd was gezien het belang van het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vragen binnen redelijke grenzen vielen en noodzakelijk waren voor een volledig verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het de schorsing betrof en bevestigde de rest van de uitspraak, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd vanwege haar weigering medewerking te verlenen aan het verzekeringsgeneeskundig onderzoek.