ECLI:NL:CRVB:2007:BB4990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant vroeg op 1 augustus 2005 bijstand aan als alleenstaande, maar het College van burgemeester en wethouders van Zandvoort wees de aanvraag op 29 september 2005 af wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon aan hetzelfde adres.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen sprake was van wederzijdse zorg zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de WWB. De Raad stelde vast dat appellant en de betrokkene weliswaar samenwoonden, maar dat financiële verstrengeling ontbrak. Wel verrichtte appellant huishoudelijke werkzaamheden en was er sprake van wederzijdse zorg, zoals gezamenlijk bezoek aan familie en vrienden en het gebruik van elkaars auto.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden voldoende zijn om te concluderen dat er een gezamenlijke huishouding bestond. Hierdoor kan appellant niet als zelfstandig subject van bijstand worden aangemerkt en is de weigering van de bijstandsuitkering terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de bijstandsuitkering bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding.