ECLI:NL:CRVB:2007:BB5412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering meerinkomen studiefinanciering bij vermogen onder bewind
Appellante, de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, stelde een vordering wegens meerinkomen vast op grond van het forfaitair berekende voordeel uit sparen en beleggen van betrokkene, die vermogen uit een nalatenschap had geërfd dat onder bewind stond. Betrokkene betoogde dat zij niet over het vermogen kon beschikken en dat het onbillijk was dit inkomen mee te rekenen.
De rechtbank vernietigde het besluit van appellante wegens onvoldoende motivering omtrent de weigering van toepassing van de hardheidsclausule. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de wet en haar beleid duidelijk voorschrijven dat het forfaitair rendement moet worden meegeteld en dat betrokkene niet tijdig een verzoek had ingediend om het studiefinancieringstijdvak in te korten.
De Raad bevestigde dat de wet (artikel 3.17 WSF 2000) dwingend voorschrijft dat het forfaitair rendement moet worden meegerekend en dat de hardheidsclausule niet kan worden toegepast als de wet niet in strijd is met de bedoeling van de wetgever. Ook oordeelde de Raad dat het feit dat het vermogen onder bewind stond niet tot een uitzondering leidt. Betrokkene had bovendien niet tijdig gehandeld om de gevolgen van het meerinkomen te beperken.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover een nieuw besluit op bezwaar werd bevolen, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vordering wegens meerinkomen blijft in stand; de hardheidsclausule wordt niet toegepast wegens niet tijdig verzoek.