ECLI:NL:CRVB:2007:BB5576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellante werkte als schoonmaakster en ontving daarnaast een werkloosheidsuitkering. Zij meldde zich ziek per 20 september 2004 vanwege klachten gerelateerd aan lupus. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 6 februari 2005, omdat zij volgens verzekeringsartsen weer geschikt werd geacht voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV bij het bestreden besluit uitging van een onjuiste maatstaf voor de arbeid, namelijk een combinatie van werkzaamheden die niet overeenkwam met de feitelijke situatie van appellante. Hierdoor kon het besluit niet in stand blijven en werd het vernietigd.
Desondanks oordeelde de Raad dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en geen objectief medisch vastgestelde ongeschiktheid voor arbeid was aangetoond. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot beëindiging van het ziekengeld wordt vernietigd wegens onjuiste maatstaf arbeid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.