ECLI:NL:CRVB:2007:BB5653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1982 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na tips over handel in goederen en samenwonen met een betrokkene, voerde de sociale recherche onderzoek uit, waarbij onder meer contant geld werd aangetroffen en verklaringen werden afgelegd. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen trok de bijstand over de periode 1 juli 1997 tot en met 31 januari 2004 in en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant onvoldoende informatie verstrekte over zijn inkomsten uit handel, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad oordeelt dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde, mede gelet op het beleid dat bij schending van de inlichtingenplicht intrekking en terugvordering standaard zijn, tenzij dringende redenen anders vereisen.
Verder bevestigt de Raad dat appellant en de betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor ook medeterugvordering van bijstand aan betrokkene terecht is. Appellant kon onvoldoende aantonen dat hij niet gehouden was aan zijn verklaringen tegenover de sociale recherche. De Raad ziet geen reden om van het beleid af te wijken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering aan appellant worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.