ECLI:NL:CRVB:2007:BB5686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit IB-Groep over meerinkomen en OV-studentenkaart studiefinanciering 2002
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de IB-Groep dat een vordering wegens meerinkomen en het bezit van een OV-studentenkaart oplegde over de periode januari tot en met oktober 2002. De IB-Groep had het toetsingsinkomen vastgesteld op basis van de fiscale verdeling van negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning tussen appellante en haar fiscale partner.
Appellante betoogde dat de toegepaste fiscale verdeling willekeurig was en dat zij onjuiste informatie had ontvangen van een medewerker van de IB-Groep over de berekening van bijverdiensten, waardoor zij de gevolgen voor haar studiefinanciering verkeerd had ingeschat. De Raad overwoog dat de IB-Groep terecht aansluiting zocht bij de fiscale inkomensbegrippen en dat de toegepaste verdeling conform de wet en de bedoeling van de wetgever was.
De Raad oordeelde verder dat de hardheidsclausule in artikel 11.5 WSF 2000 niet van toepassing was omdat de wettelijke bepalingen correct waren toegepast en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de onjuiste informatie van de klantenservice tot een uitzondering zou moeten leiden. De gevolgen van de fiscale keuze liggen in de risicosfeer van appellante.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen en OV-studentenkaart blijft gehandhaafd.