ECLI:NL:CRVB:2007:BB5900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na vijfdejaars herbeoordeling
Appellante ontving sinds 28 september 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In het kader van de vijfdejaars herbeoordeling heeft een verzekeringsarts van het UWV haar onderzocht en beperkingen vastgesteld, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige passende functies geselecteerd, waaruit bleek dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
Op grond hiervan heeft het UWV bij besluit van 23 november 2004 de WAO-uitkering per 6 januari 2005 ingetrokken. Appellante maakte bezwaar, dat bij besluit van 28 februari 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, stellende dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en de passende functies binnen haar beperkingen vielen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over meer beperkingen en onvoldoende zorgvuldigheid bij de functiebeoordeling, ondersteund met medische stukken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de beperkingen voldoende zorgvuldig en juist had vastgesteld, mede gelet op de ingebrachte medische informatie. Ook de bezwaren tegen de voorgelegde functies werden adequaat weerlegd. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.