Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BB6170

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/5041 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep AOW-zaken

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een AOW-zaak, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Hiertegen stelde appellant verzet in.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant in het verzetschrift geen gronden had aangevoerd die het niet tijdig betalen van het griffierecht konden rechtvaardigen. Ondanks meerdere verzoeken om verzetsgronden in te dienen, bleef een inhoudelijke onderbouwing uit.

De Raad oordeelde dat het verzet daarom ongegrond was en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

06/5041 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2006, 05/1265
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna Svb).
Datum uitspraak: 19 oktober 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 8 december 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 7 september 2007, waar beide partijen – de Svb met voorafgaand bericht – niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 8 december 2006 berust hierop, dat het griffierecht niet binnen de aan appellant gestelde termijn is betaald.
De Raad stelt vast dat appellant in zijn verzetschrift geen gronden heeft aangevoerd die zien op het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.
Bij brieven van 16 januari 2007 en 20 maart 2007 heeft de Raad appellant in de gelegenheid gesteld verzetsgronden in te dienen. Appellant heeft hierop gereageerd bij brief van 10 april 2007, bij de Raad ontvangen op 2 mei 2007, maar deze brief bevat eveneens geen argumenten die kunnen leiden tot gegrondverklaring van het verzet.
De Raad is derhalve van oordeel dat appellant in verzet geen gronden heeft aangevoerd die afbreuk doen aan de uitspraak waartegen appellant in verzet is gekomen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
JL