ECLI:NL:CRVB:2007:BB6182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en Toeslag ondanks verjaring
Appellante is door het UWV geconfronteerd met een terugvordering van €8.741,10 wegens onverschuldigde betalingen over de periode 1999-2005 op grond van de WAO en de Toeslagenwet. Na bezwaar werd het terug te vorderen bedrag verlaagd tot €8.534,84. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellante stelde dat de vordering was verjaard voor zover betalingen vóór 20 september 2000 betroffen. De Raad verwijst naar artikel 3:309 BW Pro, waarin een verjaringstermijn van vijf jaar geldt vanaf het moment dat de schuldeiser bekend is met de vordering en de ontvanger, en in ieder geval twintig jaar na het ontstaan van de vordering.
De Raad overweegt dat het UWV op 12 oktober 2004 door de Belastingdienst is geïnformeerd over inkomsten van appellante in de jaren 1999-2004, waarna het UWV vijf jaar had om een terugvorderingsbesluit te nemen. Dit is op 20 september 2005 gebeurd, binnen de termijn. Daarom is geen sprake van verjaring en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering en toeslag is niet verjaard en wordt bevestigd.