ECLI:NL:CRVB:2007:BB6237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en onjuiste opgave arbeid
Betrokkenen ontvingen sinds september 2002 bijstand volgens de WWB, waarbij inkomsten uit arbeid werden opgegeven en in mindering gebracht. Naar aanleiding van twijfels over de juistheid van deze opgave is een onderzoek ingesteld, inclusief dossieronderzoek, observaties bij de werkplek en verklaringen van betrokkenen. Het rapport van 8 augustus 2006 concludeerde dat [Betrokkene 1] meer uren werkte dan opgegeven.
Op basis hiervan trok appellant de bijstand per 30 mei 2006 in. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro, waarna appellant een nieuw besluit nam de bijstand voort te zetten. In hoger beroep stelt appellant dat de onderzoeksbevindingen voldoende zijn om de intrekking te rechtvaardigen en dat de inlichtingenverplichting bij betrokkenen ligt.
De Raad stelt vast dat de onderzoeksgegevens toereikend zijn om te concluderen dat [Betrokkene 1] meer arbeid verrichtte dan opgegeven, mede gezien het patroon van aanwezigheid en de verklaringen. Omdat betrokkenen onjuiste en tegenstrijdige verklaringen gaven, is de inlichtingenverplichting geschonden en kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad vernietigt het eerdere vonnis en verklaart het beroep ongegrond, vernietigt het nieuwe besluit en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot voortzetting van de bijstand wordt vernietigd.