ECLI:NL:CRVB:2007:BB6384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wegens reserveringsplicht
Appellant, die een bijstandsuitkering ontving, verzocht bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten na verhuizing naar een nieuwe woning. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden wees dit verzoek af omdat deze kosten volgens hen tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit de bijstandsnorm door reservering of gespreide betaling voldaan moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep beperkte appellant zich tot de inrichtingskosten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de inrichtingskosten inderdaad als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB zijn aan te merken, maar dat deze kosten volgens vaste rechtspraak uit het bijstandsinkomen door reservering vooraf of gespreide betaling achteraf voldaan dienen te worden.
Appellant voerde aan dat hij vanwege een lopend faillissement niet had kunnen reserveren, maar de Raad stelde dat schulden of faillissement geen bijzondere omstandigheid vormen die rechtvaardigt dat de kosten via bijzondere bijstand worden vergoed. Ook was niet gebleken dat appellant de kosten niet via gespreide betaling kon voldoen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten.