ECLI:NL:CRVB:2007:BB6595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over herziening WAO-uitkering wegens schending hoor en wederhoor
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 35-45% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond ondanks dat het UWV artikel 7:9 Awb Pro had geschonden door appellant niet in de gelegenheid te stellen te reageren op een deskundigenrapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV inderdaad artikel 7:9 Awb Pro heeft geschonden en dat deze schending ernstig is en het UWV dit te verwijten valt. Het UWV had moeten wachten met het nemen van het besluit totdat appellant met deskundige toelichting kennis had kunnen nemen van het rapport en hierop had kunnen reageren.
Desondanks acht de Raad het passend om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand te laten, mede gezien het marginale karakter van de toetsing en het feit dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van het hoor en wederhoor in bestuursrechtelijke procedures en dat schending daarvan slechts bij uitzondering kan leiden tot vernietiging zonder in stand laten van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending hoor en wederhoor, maar de rechtsgevolgen blijven geheel in stand.