ECLI:NL:CRVB:2007:BB6597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornwaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passendheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 65-80% naar 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en handhaafde de rechtsgevolgen, mede vanwege onvoldoende motivering van het UWV over de passendheid van functies.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en de gegrondverklaring van het beroep, maar oordeelt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand kunnen blijven vanwege een gebrek aan transparantie en toetsbaarheid in de schatting van de arbeidsongeschiktheid. De Raad wijst op onvoldoende onderbouwing van de passendheid van de hoogstverlonende functie productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie, met name op het onderdeel reiken.
De Raad stelt dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, waarbij ook de functies productiemedewerker industrie en inpakker nader beoordeeld en gemotiveerd moeten worden. De Raad gaat niet mee in de stellingen van appellant over onjuist medisch onderzoek en onvoldoende beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Proceskosten in hoger beroep worden aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het UWV-besluit en beveelt een nieuwe beslissing met betere motivering over de passendheid van functies.