ECLI:NL:CRVB:2007:BB6732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging eervol ontslag wegens niet nagekomen re-integratieverplichtingen universitair docent
Appellant, universitair docent sinds 1987, werd wegens arbeidsongeschiktheid eervol ontslagen door het college van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na een periode van ziekte en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid werd het ontslag per 1 maart 2003 verleend op grond van de CAO NU. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag omdat het college onvoldoende had voldaan aan haar re-integratieverplichtingen, met name het uitvoeren van een herplaatsingsonderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het college niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 20 van Pro de ZANU, die vereisen dat een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek wordt uitgevoerd voordat ontslag wegens arbeidsongeschiktheid kan worden verleend. De WAO-uitkering van appellant impliceert niet dat hij tot geen enkele arbeid meer in staat is, en het college had moeten onderzoeken of er passend of gangbaar werk binnen de universiteit beschikbaar was.
Omdat het college deze verplichting niet is nagekomen, vernietigt de Raad het ontslagbesluit en het bestreden besluit. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak betekent niet dat een nieuwe termijn van 24 maanden arbeidsongeschiktheid aanvangt. De Raad laat een eventuele financiële vergoeding wegens onrechtmatige re-integratie achterwege en wijst erop dat het college hier alsnog aandacht aan moet besteden indien herplaatsing niet mogelijk blijkt.
Uitkomst: Het eervol ontslag wordt vernietigd wegens niet nagekomen herplaatsingsverplichtingen; het college wordt veroordeeld in de proceskosten.