ECLI:NL:CRVB:2007:BB7256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen verplichte verzekering ZFW
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat zij verplicht verzekerd werd voor de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten per 1 november 2004. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 20 november 2004 reeds als bezwaarschrift moet worden beschouwd en de brief van 6 januari 2005 als aanvulling daarop, waardoor het bezwaar tijdig is ingediend.
Hierdoor is de niet-ontvankelijkverklaring onterecht en wordt de aangevallen uitspraak vernietigd. De Svb wordt opgedragen een nieuw inhoudelijk besluit te nemen op het bezwaar. Tevens wordt de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste kwalificatie van bezwaarschriften en de zorgvuldigheid die bestuursorganen moeten betrachten bij de behandeling van bezwaren, vooral bij complexe sociale zekerheidskwesties.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de Svb dient een nieuw inhoudelijk besluit te nemen.