ECLI:NL:CRVB:2007:BB7466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens te late melding werkloosheid
Appellante was wegens arbeidsongeschiktheid uitgevallen en had haar WW-uitkering te laat aangevraagd. Het Uwv legde een korting van 10% gedurende 78 dagen op de WW-uitkering op vanwege de te late melding bij de CWI. Appellante voerde aan dat zij op advies van een arbeidsdeskundige had gewacht met het aanvragen van de WW-uitkering en dat haar eerdere inschrijving bij de CWI rechtsgeldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht een maatregel had opgelegd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige op 14 juli 2004 had aangegeven dat appellante zich tot de CWI moest wenden voor een WW-uitkering. De late melding vanaf 22 juli 2004 was daarmee terecht als verwijtbaar aangemerkt.
De Raad verwierp het verweer dat de eerdere inschrijving bij de CWI op 3 november 2003 als tijdige melding kon gelden, omdat appellante toen nog niet werkloos was en de inschrijving was beëindigd. De opgelegde korting van 10% gedurende 78 dagen op de WW-uitkering werd bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 10% gedurende 78 dagen op de WW-uitkering wegens te late melding.