ECLI:NL:CRVB:2007:BB7467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 2 juli 2003 wegens psychische, nek- en rugklachten niet meer kon werken, vroeg op 12 maart 2004 een WAO-uitkering aan. Het UWV stelde op 19 juli 2004 vast dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek van de verzekeringsarts oppervlakkig was en dat haar klachten, waaronder ernstige gehoorproblemen, onvoldoende waren meegenomen. Zij overhandigde medische verklaringen van specialisten die haar arbeidsongeschiktheid bevestigden en verzocht om een aanvullend deskundigenonderzoek, wat door de rechtbank was afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een kritische Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de medische stukken onvoldoende aanleiding boden om het standpunt van het UWV te wijzigen. De arbeidsdeskundige had de beperkingen en belastbaarheid van appellante uitvoerig gemotiveerd en de functies die haar werden voorgehouden waren passend. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is verklaard.