ECLI:NL:CRVB:2007:BB7474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij stelde dat haar psychische klachten haar meer beperkten dan aangenomen. De Raad heeft het onderzoek heropend en een onafhankelijke psychiater benoemd die een schriftelijk verslag uitbracht. Deze deskundige concludeerde dat appellante op de peildatum niet volledig arbeidsongeschikt was en in staat was om bepaalde functies te vervullen.
De Raad heeft het oordeel van de deskundige gevolgd, mede omdat deze zijn standpunt gemotiveerd handhaafde na reactie op de door appellante ingebrachte psychiaters. De Raad vond geen aanleiding voor een aanvullend onderzoek door een tweede deskundige. De medische stukken en rapporten van bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ondersteunen het oordeel dat appellante geschikt was voor andere functies dan haar oude beroep.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Er is geen sprake van een posttraumatische stressstoornis die haar arbeidsongeschiktheid volledig rechtvaardigt op de peildatum. De Raad acht dat appellante met de voorgestelde functies haar maatmanloon kan verdienen, waardoor geen verlies aan verdiencapaciteit resteert.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante op de peildatum niet volledig arbeidsongeschikt was.