ECLI:NL:CRVB:2007:BB7494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaartermijn en wijzigingsbesluit premierestitutie ziekenfondsverzekering
De zaak betreft een geschil over de terugbetaling van ten onrechte ingehouden ziekenfondspremies door de Sociale verzekeringsbank (Svb). Appellant werd medegedeeld dat de inhouding van de premie per oktober 2005 werd beëindigd en dat een bedrag met een terugwerkende kracht van vijf jaar zou worden terugbetaald. Appellant diende een bezwaarschrift in tegen deze beperkte terugwerkende kracht, maar dit werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Raad beoordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad te laat was ingediend, omdat het pas op 10 november 2005 persoonlijk bij de Svb werd afgegeven, terwijl de termijn op 9 november 2005 afliep. De stelling dat persoonlijke afgifte gelijkgesteld moest worden met tijdige postbezorging werd verworpen. Daarnaast werd overwogen dat appellant geen verschoonbare omstandigheden had om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Verder werd een brief van 22 november 2005 van de Svb, waarin het restitutiebedrag werd gecorrigeerd, als een wijzigingsbesluit aangemerkt. Dit besluit viel buiten de eerdere niet-ontvankelijkheid en het bezwaar daartegen werd geacht ontvankelijk te zijn. De Raad verklaarde het beroep tegen dit wijzigingsbesluit ongegrond, omdat het gecorrigeerde bedrag overeenkwam met de specificaties en appellant geen inhoudelijke bezwaren had aangevoerd.
Ten slotte werd de beslissing op bezwaar van 2 december 2005 vernietigd voor zover het bezwaar tegen het wijzigingsbesluit niet was betrokken, evenals de beslissing op bezwaar van 29 november 2006. De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 28 september 2005 is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, het beroep tegen het wijzigingsbesluit van 22 november 2005 wordt ongegrond verklaard.