ECLI:NL:CRVB:2007:BB7570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering per 7 april 2003 ondanks vernietiging besluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 7 april 2003 vernietigde wegens onvoldoende motivering. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit, omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat appellante per genoemde datum minder dan 15% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht meer had op de uitkering.
In hoger beroep betwist appellante dat zij per 7 april 2003 geen recht meer had op de WAO-uitkering en herhaalde zij grieven die reeds in de eerdere procedure waren besproken. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en verwierp de stellingen van appellante.
Appellante voerde tevens aan dat het UWV in strijd met artikel 7:11 Awb Pro had gehandeld door niet uit te gaan van haar actuele situatie bij het besluit van 2 december 2003. De Raad oordeelde dat het UWV alle relevante informatie over de situatie per 7 april 2003 had betrokken en dat er geen sprake was van verouderde gegevens.
De Raad bevestigde daarom het vernietigde besluit voor zover het de rechtsgevolgen betreft en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 7 april 2003 blijft in stand ondanks vernietiging van het besluit wegens gebrekkige motivering.