ECLI:NL:CRVB:2007:BB7584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, voormalig regiodirecteur, kreeg per 27 september 1999 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, na een ernstig auto-ongeval en psychische klachten. Het UWV herzag deze uitkering per 30 december 2003 naar 65-80%, wat appellant betwistte. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het UWV-besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen groter waren dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), onderbouwd met medische rapporten en verklaringen. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens, waaronder het rapport van verzekeringsarts Du Maine, geen aanleiding gaven tot aanscherping van de beperkingen. Ook de door appellant aangevoerde cognitieve beperkingen werden onvoldoende onderbouwd met actuele gegevens.
Verder werd het onderzoek heropend om een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige te betrekken. De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellant binnen de grenzen van de aangescherpte FML bleef en dat de functies passend waren. De grief over de reductiefactor bij deeltijdwerk werd door het UWV adequaat gemotiveerd. Het beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.