ECLI:NL:CRVB:2007:BB7750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks gemis hoorzitting
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 11 juni 2003, waarbij haar WAO-uitkering werd herzien en vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. Appellante stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij niet over duurzaam benutbare mogelijkheden beschikte. Tevens betoogde zij dat het UWV in strijd met de Algemene wet bestuursrecht geen hoorzitting had gehouden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de medische beperkingen van appellante afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet tot een ander oordeel leidden. De brief van psychiater Iscanli, die pas na de datum van het besluit was opgesteld, bood geen aanleiding tot herziening. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de voorgestelde functies geschikt waren.
Hoewel appellante terecht klaagde over het ontbreken van een hoorzitting, zag de Raad geen aanleiding om het besluit te vernietigen omdat appellante primair een inhoudelijk oordeel wenste en alle relevante gegevens bij de Raad aanwezig waren. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.