ECLI:NL:CRVB:2007:BB8110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 10 mei 2004 in te trekken. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure trok het UWV het bestreden besluit in en besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Ondanks de intrekking van het besluit hield appellante belang bij vernietiging van het besluit en vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. De Raad oordeelde dat het beroep gegrond is, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente en het door appellante betaalde griffierecht.
De gevorderde vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat er geen sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, zoals bepaald in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 november 2007.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en griffierecht, terwijl proceskostenvergoeding wordt afgewezen.