ECLI:NL:CRVB:2007:BB8312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand en langdurigheidstoeslag onvoldoende gemotiveerd door gemeente
Appellant ontvangt sinds 1995 bijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasbracht, later Maasgouw, en een langdurigheidstoeslag sinds 2004. Naar aanleiding van een tip over een mogelijk ander woonadres startte de sociale recherche een onderzoek. Op basis van dit onderzoek besloot het College in 2005 de bijstand en toeslag over de periode 2002-2004 in te trekken en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat het College onvoldoende heeft bewezen dat appellant zijn woonplaats daadwerkelijk heeft verplaatst naar Leeuwarden. De verklaring van appellant en de overige onderzoeksbevindingen bieden geen voldoende grondslag voor het besluit. Het waterverbruik, het gebruik van gas en elektriciteit, en financiële transacties wijzen erop dat appellant zijn woning in Maasbracht bleef gebruiken.
De Raad vernietigt het besluit van 12 juli 2005 en herroept het besluit van 15 februari 2005 wegens gebrek aan deugdelijke motivering. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De intrekking van bijstand en toeslag kan daardoor niet in stand blijven.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand en langdurigheidstoeslag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.