ECLI:NL:CRVB:2007:BB8325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens kostendeling niet rechtsgeldig
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder. Na het bereiken van de meerderjarigheid van haar zoon, die een inkomen uit arbeid kreeg, heeft het College van B&W van Alkmaar de bijstand herzien en teruggevorderd omdat betrokkene als kostendeler werd aangemerkt.
De rechtbank vernietigde het besluit omdat appellant onvoldoende had gemotiveerd dat er tijdig bezwaar was gemaakt tegen de terugvordering. De Raad oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk was, omdat betrokkene in haar bezwaarschrift al bezwaar maakte tegen de terugvordering, ook al was het besluit toen nog niet bekend.
Inhoudelijk oordeelt de Raad dat betrokkene niet hoefde te melden dat haar zoon een inkomen had van €560,34 per maand, omdat dit onder de meldingsgrens van €578,27 lag zoals vermeld in het besluit van 20 april 2004. Hierdoor is de herziening en terugvordering onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Het College wordt veroordeeld in de proceskosten en moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. De Raad benadrukt dat de toeslag maandelijks wordt opgebouwd en moet worden toegerekend aan de maand waarop het inkomen betrekking heeft.
De uitspraak bevestigt de vernietiging van het terugvorderingsbesluit en legt het College op om de bezwaren opnieuw te beoordelen.
Uitkomst: Het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.