ECLI:NL:CRVB:2007:BB8340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichtingen arbeidsinschakeling ondanks eerdere ontheffingen
Appellante ontving vanaf 1991 een bijstandsuitkering en kreeg meerdere malen ontheffing van arbeidsinschakelingsverplichtingen. Vanaf 16 oktober 2003 werd haar echter meegedeeld dat zij volledig aan deze verplichtingen moest voldoen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad beoordeelde of de verplichtingen terecht waren opgelegd in de periode van 16 oktober 2003 tot 7 februari 2006. Appellante beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere ontheffingen, maar de Raad oordeelde dat zij geen gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat ontheffing blijvend zou zijn, zeker omdat eerdere ontheffingen zonder medisch onderzoek waren verleend en de laatste twee in afwachting van een REA-toets.
Het College mocht appellante verplichten tot een medisch onderzoek om haar arbeidsvermogen te beoordelen. Appellante weigerde echter toestemming te geven voor het delen van de onderzoeksresultaten. Hierdoor kon het College niet vaststellen of er objectieve beperkingen waren die haar beschikbaarheid voor arbeid belemmerden.
Verder stelde appellante dat het advies van Agens B.V., betaald door het College, niet onafhankelijk was zoals vereist door artikel 3:5 Awb Pro. De Raad oordeelde dat dit niet het geval is en dat Agens B.V. geen adviseur is die onder verantwoordelijkheid van het College werkt in de zin van die bepaling.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsinschakelingsverplichtingen terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.