ECLI:NL:CRVB:2007:BB8875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor opslagkosten inboedel en aanschaf kleding na gedwongen ontruiming
Appellant, die sinds 2002 bijstand ontvangt, verzocht om bijzondere bijstand voor de opslagkosten van zijn inboedel en de aanschaf van kleding na een gedwongen ontruiming van zijn woning in mei 2005. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad oordeelt dat de kosten voor de aanschaf van kleding niet onder bijzondere noodzakelijke kosten vallen, omdat appellant de ontruiming kon voorzien en geen maatregelen nam om verlies te voorkomen. De Raad wijst op een vonnis van de kantonrechter waarin appellant werd gesommeerd tot betaling van huurschuld en ontruiming bij niet-naleving. Appellant wachtte echter het gesprek met de wethouder af, waardoor hij het risico nam onvoldoende tijd te hebben om maatregelen te treffen.
Wat betreft de opslagkosten van de inboedel stelt de Raad vast dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schuld beschikte over bijstandsuitkering die voorzag in noodzakelijke kosten van het bestaan. Artikel 13 van Pro de WWB sluit daarom bijstand voor deze schulden uit. Ook is niet gebleken van zeer dringende redenen om hiervan af te wijken. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.